Speeches
Speech bij de opening van de tentoonstelling Sam Dillemans, 2003-2009
Dames en Heren, welkom allemaal,
Begin er maar eens aan, een kunstenaar inleiden die zelf ontzettend goed ter tale is. Meer zelfs, iemand die jarenlang gezwegen heeft in zijn atelier, en nu naar buiten komt, na een slordige zes jaar. Gemompeld heeft hij in zijn stille atelier, gevloekt en geschreeuwd, gestotterd en gejuicht, gebromd en gelachen, veel gelachen. Veel speeksel heeft hij verzameld, om straks met zoveel mogelijk van u een hartelijke babbel te slaan. Hij heeft u na al die jaren veel te vertellen, maar liever nog dan met de taal spreekt hij tot u met verf.
En ik, ik heb een tekst geschreven met als titel: Schetsen met Sam. Hij gaat als volgt:
De schrijver kent het witte blad, de schilder het witte doek. Beiden streven ernaar om dat blad te vullen. Daar mag bij nagedacht worden, maar niet te veel. Wie voor het eerst in een auto stapt, weet niet goed hoe hij die aan de praat moet krijgen, maar na enkele maanden schakelt de tot voor kort onwetende chauffeur gedachteloos. Zo ook wil de schrijver of schilder zijn materiaal kennen en beheersen, zijn verf, zijn borstels, om recht op zijn doel te kunnen afgaan, niet gehinderd door het technische. Groots en meeslepend wil hij verhalen, groots en meeslepend wil hij beelden. De afgelopen jaren communiceerde Dillemans niet door middel van tentoonstellingen, hij communiceerde met schrijvers en schilders, in de eenzaamheid van zijn atelier.
Enkele jaren geleden mochten we een film maken over ‘s mans leven en werk. Daar ging veel praten aan vooraf, veel wederzijds besnuffelen, kijken of de ander te vertrouwen was.
In ‘s mans stille atelier mochten wij uiteindelijk schuilen en aanschouwen. We zouden gaan werken volgens het befaamde fly-on-the-wall-principe. Dat betekende dat Sam zich van ons niks hoefde aan te trekken. Hij zou werken als anders, wij zouden dat registreren. We mochten urenlang in het Heilige der Heiligen de Meester aan het Werk zien. En zo zagen we hem mompelen, lachen en vloeken en vooral veel zoeken. De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat we eerder gewerkt hebben volgens het nijlpaard-on-the-wall-principe, want in totaal stonden we met negen man op de vingers van Sam te kijken. Maar we zijn wel héél stil geweest. Alleen, telkens als iemand mij, Sam, wilde aanspreken keek de andere Sam op en omgekeerd, U begrijpt dat de Toren van Babel enkele dagen in Borgerhout leek te staan. Maar niet alleen papier, ook beeld is geduldig, verf al helemaal, en Sammen zijn dat ook.
Sam kan babbelen. Als geen ander. Hij heeft lang nagedacht over wat hij te zeggen heeft. En hij heeft het al vaak verteld. Op café tegen anderen, in zijn atelier tegen zichzelf, tegen ons. Over de Oude Meesters, over de voor-en achterkant van een sleutelbeen, over het leren kijken naar schilderijen. Sam, zeiden we. Verdorie, wat kan jij goed vertellen. Doe mee aan Man Bijt Hond. Maak een rubriek over schilderkunst en leer je volk kijken naar schilders zoals Conscience het leerde lezen. Sam, jij praat zo intelligent en zo intens. Doe mee aan de Slimste Mens. Maar Sam is meer van Gogh dan Christus, hij voert een gedoogbeleid tegenover de levenden en communiceert liever met de doden.
En taal is verraderlijk. Al te vaak staat er niet wat er staat, zegt men niet wat men wil zeggen. De kloof tussen twee mensen is vaak afgrondelijk groot. De hel is de ander, maar zelfs als de ander de hemel zou zijn, dan nog botsen we al te snel op de begrenzingen van taal als systeem om de wereld en de werkelijkheid te benoemen. Woorden kunnen we maar gebruiken omdat we eerst afgesproken hebben wat die woorden betekenen. Literatuur is een soort van puzzel: woorden samen leggen om een beeld te maken. Makkelijk is dat niet, en een beetje literator heeft dan ook veel puzzelstukjes nodig. En telkens ontsnapt het hem.
Taal is verraderlijk, verf is dat minder. Verf is internationaal. Wat je zegt met verf kan een goede verstaander uit Evergem begrijpen, en uit Antananarivo. Of zo. De Amerikaanse meteoroloog Edward Lorenz introduceerde de theorie van het ‘vlinder effect’: een onweer kan ontstaan doordat aan de andere kant van de wereld een vlinder met zijn vleugels slaat. Zo ook zinderen de penseelstreken van Dillemans na tot in Australië en Amerika.
Verf is niet alleen in staat om over landsgrenzen heen te communiceren, maar ook over de tijd heen. De Oude Meesters werden al genoemd. Zij vormen de uitdaging. Zij leven vandaag. Het is geen schande van hen te leren, hen te interpreteren, steeds weer opnieuw.
Hun standaard is niet toevallig de standaard. Maar hun standaard ligt zo hoog en er is zo weinig tijd. Wat is een mensenleven? Enkele vlinderslagen en het is voorbij. Een mens kan maar beter werken aan zijn conditie om de tijd hier te rekken, om zo lang mogelijk zo veel mogelijk te kunnen schilderen. Een mens kan er maar beter een lap op geven, een slag tegen een boksbal, bijvoorbeeld.
Terwijl de Heer zelf uitblinkt in afwezigheid, is Pietje de Dood verrassend aanwezig. Soms onverwacht, en soms op afspraak. Zoals bij de door een terminale kanker getroffen Tuur van Wallendael bijvoorbeeld, die kort geleden enkele mooie gedachten liet optekenen, onder meer over het kijken naar kunst. Te mooi om met de weekendkrant in de vuilnisbak te verdwijnen, dus ik citeer hem graag even:
Ik heb Picasso’s Guernica zeker zes keer in het echt gezien in Madrid, in die lange smalle zaal waar je dat werk aan alle kanten in de diepte en de breedte kunt bekijken, met de voorstudies ernaast. Heel fascinerend. Ik doe dat wel meer, voor één schilderij naar een museum trekken. In Antwerpen ga ik bijvoorbeeld vaak kijken naar Fouquets Agnès Sorel, je weet wel die dame met ontblote boezem."
Interviewer: Waarom gaat u telkens terug?
"Om álles nog eens te zien. Maar wat bleek nu, godverdomme, in het geval Guernica. Ik had dat dus zoveel staan bekijken, nog eens en nog eens, tot ik in het boek van Schama las dat hij in dat schilderij veertig dingen meer had gezien dan ik. (slaat op tafel) Véértig, hé. Stomme kloot die ik ben. Ik stond erbij en keek erover. Heb ik een oppervlakkige blik? Misschien wel. En misschien ben ik in het algemeen ook veel te oppervlakkig met zaken bezig geweest. Ik had veel aandachtiger naar de dingen moeten kijken. Ik verloor daardoor iets. En daar heb ik nu dus spijt van."
Wat hebt u dan niet gezien, denkt u?
"Ik kan geen échte voorbeelden geven. Ik had gewoon langer moeten nadenken, meer moeten ontwaren wat erachter stak, diepgaander zijn, mezelf meer tot stilstand dwingen."
Het kijken is niet makkelijk en het wordt met de dag moeilijker om door de bomen het bos te zien. Stil staan is moeilijker dan ook, snelheid is overal. Er is weinig tijd en er is veel waan. Veel nieuws dat je ge-smst moet worden, dat ons supersnel moet bereiken. Dat de ander de Hel is, is niet echt doorgedrongen tot in de sociale media. Elke dag kan je vrienden maken door een druk op de knop, vrienden die je tot in de meest bijzondere details vertellen waar ze mee bezig zijn. Leuk is dat, opwindend. Het zal u verbazen, Dames en heren, maar Sam is niet op Linkedin, niet op Netlog en ook niet op Facebook. Sam heeft geen computer, zijn bel werkt niet, en zijn telefoon neemt hij zelden of nooit op. Als de waan van de dag belt, neemt Sam niet op. Soms ook klopt de Zeitgeist aan de deur. Sam, zegt die, stop toch met dat schilderen, maak eens een installatie of denk eens na over een concept, het is wel de 21e eeuw!
Sam hoort het door de deur heen. En steekt een extra slot.
Sam, zegt Sam, als ik hem uiteindelijk nog eens spreek. Stop daar eens mee, met dat jurylidmaatschap van de Gouden Uil. Het is als vriend dat ik het u zeg, maar wanneer ga je die dode schrijvers nu eens lezen? We vinden beiden auteurs vooral goed als ze dood zijn. Ik omdat ik veel levende auteurs ken, hij omdat hij geen tijd heeft om auteurs te lezen van wie nog niet duidelijk is of ze de tand des tijds doorstaan hebben. Augustinus, Rabelais, Schopenhauer, die knakkers en Marc Sleen. Die is wel nog niet dood, maar toch al onsterfelijk.
Stopten we even met draaien tijdens die mooie opnamedagen, dan rinkelden meteen negen mobieltjes. Het was dan de waan van de dag die belde. Of we nog even dit konden, en vooral ook dat. Jaloers en wat schuldig keken we dan naar Sam. Zijn vrienden, El Greco en Van Gogh, zorgden er dan wel voor dat hij het druk, druk, druk heeft, maar ze bellen hem tenminste niet om de haverklap.
Sam is goed met taal, met verf en is ook goed in het bewonderen van anderen.
De prestaties van Eddy Merckx, van Louis-Ferdinand Celine, met taal kan je die prestaties slechts tot op zekere hoogte recht doen, dus zet hij ze in de verf.
Wie de evolutie in deze tentoonstelling bekijkt, zal zien dat het werk van Sam evolueert van het figuratieve naar meer abstract werk. Niet volledig abstract, abstracter. Er komt altijd meer wit in zijn werk. Er is ook veel wit in deze ruimte, om uw ogen rust te gunnen alvorens een nieuw schilderij te bestuderen. Het werk wringt soms, het doet soms pijn. Dat mag het, koersen doet ook zeer. Schilderen is niet leuk. Het is intens, het is een avontuur, maar niet zonder gevaar. Soms klopt het, maar vaker niet, en dan moet er opnieuw begonnen worden. Het is knoeien, wroeten, prutsen, bestuderen om bij iets harmonieus, natuurlijk en spontaan uit te komen. De Modellen kregen schrik van de schilder, omdat hij ze dermate dicht op het vel zat en hun huid bestudeerde tot op enkele millimeters afstand. Vandaag werkt Sam vooral met foto’s. Die bibberen minder. Wie het werk van dichtbij bekijkt, ziet het glanzen van de verf, ruikt de klodders nog, herkent nauwelijks iets. Ga er een paar stappen vandaan staan, en je herkent een gezicht, een tafereel, een vrouw, een boksmatch. Wat van dichtbij gezien een woeste streep is, blijkt vanop enige afstand bekeken een oog te zijn, een oor of een vrouwenborst. Om zulks te kunnen moet je eerst heel veel ogen, oren en vrouwenborsten gezien, gevoeld en getekend hebben.
Sams werk is soms intiem, maar vaker expressionistisch. Het thema wordt steeds minder belangrijk.
Francois Villon parafraserend kan je zeggen dat Sam sterft van dorst bij de fontein. Hij is een reus, maar toch te klein. Hij weent terwijl hij lacht en werkt terwijl hij rusten mag. Hij haat zijn Goden, maar gelooft. Hij zwijgt terwijl hij zingt en schreeuwt. Hij is nog jong, maar toch een eeuw, zijn vrienden haat hij om het meest, hij is een gentleman, een beest.
De stilte in het atelier van Sam Dillemans ontaardt soms in een feest. Het soort feest waar Sam van houdt. Het doek is omsingeld, tobberig loopt hij er rond, minuten, uren. Dan, plots, weet, voelt hij waar het heen moet. Een lik verf hier, een sleutelbeen daar, rood, groen, een lijn, de tijd wordt vergeten en dan, uren later, is er een Kruisafneming. Maar dat soort feest is er niet elke dag.
Het maken van een film met Sam was een unieke ervaring. De film werd erg goed ontvangen. In televisieland hebben we niet zo enorm veel aanleiding nodig om een feestje te bouwen. We wilden dan ook graag Sam, bij wijze van dank, uitnodigen voor een feestje. Vriendelijk doch beslist heeft hij die boot altijd afgehouden. Hij houdt niet zo van feestjes. Het genoegen van een lekkere maaltijd, het genot van één of meerdere glazen wijn, neen, danke, hij heeft betere dingen te doen, zo liet hij ons weten. Dat was jammer. Maar Sam laat het feesten graag aan anderen over, mensen die daar beter in zijn, en zo te zien heeft hij enkele specialisten ter zake uitgenodigd.
Ik heb de eer en het genoegen af en toe het atelier van Sam te mogen bezoeken. Helaas is hij daar dan ook altijd. Ik bedoel daar mee: zwijgen kan niet verbeterd worden, maar het is niet deze Sams grootste talent en eigenlijk ook niet van de andere, ik begrijp waarom hij zijn voordeur meestal gesloten houdt. Wij praten vaak nog voor we iets te zeggen hebben en ik kan dus zelden rustig en ononderbroken kijken naar zijn werk. Dat kan de komende weken gelukkig wel.
En dan nu de epiloog, getiteld: ‘Als het hier nog lang gaat duren, zal het rap gedaan zijn’.
Vandaag is er een feestje. Want het is allemaal goed en wel is om te zitten brommen, vloeken en verven in het atelier, maar soms moet het werk gelucht worden, mag de wereld zien wat die vreemde man daar allemaal in Borgerhout heeft zitten bekokstoven. En man, ben ik blij dat het zover is. Want de voorbije weken heeft Sam niet veel geschilderd. Hij heeft eerst gebeld met Vorst Nationaal, Tour en Taxis en de Heizel om uiteindelijk deze parkeergarage te kiezen. In de Napelsstraat. Dat past wel bij hem. Het klinkt gevaarlijk en dreigend, Sam zien in de Napelsstraat en sterven. Sam heeft werk geselecteerd, veel werk. Drank geselecteerd, veel drank. Kaders opgehangen, mensen aangeschreven, enzoverder enzovoort. De voorbije weken heeft hij in totaal wellicht evenveel mensen gebeld als in de veertig jaar daarvoor. Er zijn vele mensen die bedankt moeten worden om deze tentoonstelling mogelijk gemaakt te hebben. Lizy bijvoorbeeld. Wat ze allemaal gedaan heeft, weet ik niet, maar het is veel en het is altijd goed om Lizy te bedanken.
Dank u, Lizy dus.
Dank u, Sam
Dank u, publiek, sta op en wandel.
Vandaag feesten we, morgen schilder jij verder, en komen we alvast met een eerste groep al eens terug naar de tentoonstelling.
Santé!






RSS onderwerpen