Blog
Over één hond, één dildo en veel auto’s
“Dat klopt, ik ben al van in mijn prille jeugd gefascineerd door voertuigen. Als we met de familie op reis gingen, praatte ik alleen maar over auto’s. Ik herinner me dat mijn ouders in een of ander buitenland eens aankondigden te gaan wandelen. Ik zei dat ik liever in de auto bleef zitten om te genieten van het uitzicht. Grote opluchting bij mijn ouders, die dachten dat ik dan eindelijk ook voor iets anders aandacht gekregen had. Maar toen ze terugkwamen had ik alle wagens op de parking getekend. Let wel, ze waren er ook wel fier op, hoor. Mijn moeder werkte op de dertiende verdieping van een kantoorgebouw in Brussel en kon met mij uitpakken bij de collega’s omdat ik van boven alle merken van wagens kon herkennen. En ik weet nog dat ik in het eerste studiejaar van de juf auto’s op het bord mocht tekenen”
Een man met een passie.
“Oh ja, de wagens van de ontwerpers Pininfarina en Bertone, daar kan ik echt bij wegdromen. Een Lamborghini Espada bijvoorbeeld, prachtig. En natuurlijk de Volvo P1800 ES. Ik herinner me een bezoek met mijn vader aan het autosalon. Ik zaagde hem de oren van het hoofd om zo’n Volvo te kopen. Dat is toen niet gelukt en dus heb ik er twintig,dertig jaar later zelf maar één gekocht. Ik droomde ervan om auto-ontwerper te worden, maar al gauw kwam ik tot de conclusie dat wiskunde daarbij nogal belangrijk was en dan hoefde het al minder hard.”
En dus ging je naar de tekenschool
“Op Sint-Lucas kon ik me toespitsen op mijn andere passie, de schilderkunst. In de humaniora, in de richting plastische kunsten leerde ik écht tekenen en schilderen. We kregen weinig wiskunde en heel veel kunstgeschiedenis. Daarna ben ik naar Sint-Lucas Brussel gegaan, om toegepaste grafiek te studeren, wat iets meer toekomstperspectief bood dan vrije grafiek, al twijfelde ik aanvankelijk wel tussen die twee. Veel vrienden kozen voor de tweede richting, maar in de toegepaste kon je veel meer met kleur werken, ze maakten ook platenhoezen, ontwierpen van alles, Ever Meulen maakte in die jaren grote sier…”
Ook al een automan!
“Dat zal mijn beslissing zeker mee beïnvloed hebben. Ook in strips vond ik de auto’s heel fascinerend. Hoe iemand als Jidéhem ze accuraat wist te tekenen, hoe Franquin auto’s bedacht en er echt een ziel aan wist te geven, echt knap. De Porsches van Van Zwam en Rik Ringers, die heb ik allemaal goed bekeken. De verhalen ken ik niet meer, maar de wagens nog wel. Maar goed, in de toegepaste grafiek verdwenen die wagens wel wat naar de achtergrond, hoor. Je kreeg heel diverse opgelegde onderwerpen en dat was wel even wennen na de humaniora, waar we heel vrij werden gelaten, ’s Middags mochten we daar de school verlaten, uren die we vaak in de kroeg doorbrachten, echt een heel artistieke opleiding. In Brussel leerde ik naar deadlines werken en kweekte ik discipline. Daarna volgde ik nog een jaar een opleiding animatie in Engeland. Mijn eindwerk daar was een poëtisch filmpje ‘City Moonlight’, met als hoofdpersonages onder meer een zwangere Boeing en een auto die plaste door zijn achterwiel op te heffen.”
Vond je snel werk daarna?
“Ik wilde het liefst in dienstverband werken, maar dat bleek als tekenaar erg moeilijk. Eerst kwam ik in de reclame terecht en dat was echt mijn ding niet, veel lay-out en weinig tekenen. Gelukkig kon ik na enkele jaren aan de slag bij Uitgeverij De Ballon. Daar mocht ik terug tekenen en dat voelde alsof ik na een hele tijd gevangenschap vrijgelaten werd. Ik specialiseerde ik me in het ontwerpen van doolhoven, iets wat op de Amerikaanse markt erg populair bleek. Hoe ingewikkelder, hoe beter, ik kon ze niet rap genoeg maken, ze zijn waarschijnlijk nog bezig met de weg te zoeken. Ik maakte er ook met plezier kleurboeken en spelletjesboeken voor de supermarkt, leerde er de uitgeverijwereld kennen en werkte elke dag als enige man samen met vier vrouwen. Neen, echt, heerlijke job was dat.”
En dan, op een blauwe maandag, kwam je bij Studio 100 terecht?
“Ik ben ingegaan op een vacature en heb daar nog geen moment spijt van gehad. Ik heb me helemaal kunnen ontplooien bij hen, kon nog verder gaan in het tekenen zelf. Tekenaar Jean-Pol (Kramikske, Annie& Peter, Sammy) kwam één dag in de week en in hem vond ik een geestverwant. Hij houdt ook van actie, van scheurende auto’s, van ‘Vrooooaar’. Ik leerde er de klassieke striptechnieken, hoe je inkt, hoe je schetst. En het werd alsmaar interessanter, want na enige tijd trok Studio 100-baas Hans Bourlon ook tekenaar Luc Morjaeu (Biep en Zwiep, Jommeke, M-Kids en nu Suske en Wiske) aan. Men wilde nog korter op de bal spelen en iemand hebben die de boel ook wat kon coördineren, wat kon managen. Ook van hem heb ik heel veel geleerd, hij slaagde erin om uit te leggen waarom iets niet klopte, zodat je het echt voor altijd onder de knie kreeg. Door Luc zijn er ook mensen als Charel Cambré aangetrokken, hij zag de kwaliteiten van zo’n mensen.”
Hoeveel tekenaars werken er eigenlijk bij Studio 100?
“Dat wisselt, maar nu zijn we met een vijftal tekenaars. Samson en Gert en Baby Samson doe ik, dan heb je Filip Heyninck voor Piet Piraat, Peter Kustermans voor Bumba, Carl Dussart voor Megamindy en Wizzy en Woppy en Kabouter Plop door Bruno Deroover. Dat is het. Voor inkting en inkleuring wordt vaak beroep gedaan op free-lancers. De strips worden vooral door Lighthouse geproduceerd, het bedrijfje rond Wim Swerts. Wij doen in de eerste plaats merchandising, tekeningen op draaimolens,gezelsschapsspelen, bijlagen voor het Het Laatste Nieuws en Dag Kids voor Dag Allemaal en ook wel korte gags van één of twee stroken. Het overlapt allemaal wel wat.”
Jij werkt vooral na je uren mee aan strips?
“Ja, en dat mag, want Studio 100 ziet dat het mes aan twee kanten snijdt. Door de strips waar ik na mijn uren aan meewerk, word ik een alsmaar betere tekenaar. Bruno werkt ook mee aan Suske en Wiske, Charel ook. Het is een kleine wereld. Mijn eerste opdracht was voertuigen en de uitvindingen in de M-Kids te tekenen, op vraag van Luc Morjaeu. Hij heeft me aangeraden en geleerd om de dingen wat te laten acteren. Franquin deed dat ook, die dingen hebben een ziel, dat moet bewegen, een beetje cartoony zijn. Daarom teken ik ook liever oldtimers, die hebben meer karakter. Binnen tien of twintig jaar zal ik hopelijk de auto’s van nu tekenen. Maar zo is het dus begonnen. Af en toe doe ik nu ook iets voor Suske en Wiske en dat gaf de eerste keer wel een kick. Het klikt goed met Luc en scenarist Peter Van Gucht. Luc had die laatste gezegd: schrijf eens iets met veel auto’s, voor de Ward en daar was ik heel dankbaar voor. In het album ‘De Bangeschieters’ mocht ik massa’s auto’s tekenen. Net als ik is Luc ook geïnteresseerd in schilderen en wil hij dat meer doen. Zijn begeestering voor Rembrandt leverde al een Suske en Wiske-album op.”
Een fijne samenwerking
“Luc geeft me meestal zijn platen en zet dan een kubus of een balk voor de verhoudingen waarin het moet komen en dan teken ik het uit. Heel prettig. We werken veel met mails of fax, want het moet altijd snel gaan. Ooit had ik een vaartuig ontworpen. De opdracht was: ‘een soort dildo of zo’. Ik stuurde Luc een ontwerp met daarboven de vraag gekribbeld: ‘Lijkt het zo voldoende op een dildo?’. Een beetje later komt mijn dochter terug met dezelfde ingekleurde tekening van school. Ze had die uit de vuilnisbak gevist en meegenomen. Ik ben haar toen wekenlang niet durven gaan halen van school, ik zakte echt door de grond van schaamte”.
Je werkt niet na je uren alleen voor Luc Morjaeu?
“Ik heb ook wel eens wat gedaan voor Hec Leemans. Minder, want hij heeft al zijn intense productie met Tom Bouden. Maar het was plezant om kennis te maken. ‘Supermarkske op het slechte pad’ heb ik geïnkt en hier en daar wat dingen uitgewerkt. Kijk, hier heb ik mijn eigen camionette getekend. Hec is zelf een zeer goede tekenaar, alles staat altijd al zeer goed. Nu zou ik nog eens met hem een album willen maken. Ooit vroeg hij me wat ik graag tekende en het antwoord was natuurlijk….auto’s. Nu is hij een scenario aan het maken rond oldtimers waar ik aan mag meewerken, een droom.”
Luc Morjeau, Hec Leemans, wie nog?
“Charel Cambré zocht op een bepaald moment een inkter. Hij is een generatiegenoot, maar ik kijk enorm naar hem op. Hij kan magistraal tekenen. Je ziet vaak dat de beste tekenaars uit de animatiewereld komen. Gedreven in dynamiek en perspectieven, hij is daar een goed voorbeeld van. Ik durfde zijn platen nauwelijks vastnemen, zette mijn inktpotje in drie, vier andere potjes om toch maar niet te morsen. Ik ging zelfs in de slaapkamer gaan tekenen opdat niemand me zou storen. Dat is wel wat veranderd, want je mag niet te krampachtig inkten. Zelf inkt hij niet graag terwijl hij dat zeer goed doet, heel los, met veel karakter. Bij Charel heb ik alleen inkting gedaan, twee albums van Spring, één van de Pfaffs, een beetje Jump. Ook met hem klikt het goed, we verstaan mekaar. Op een bepaald moment ben ik wel gestopt met inkten omdat ik bijna niet meer aan tekenen toekwam.”
Als ik zo hoor wat je allemaal doet, blijft er weinig tijd over voor hobbies.
“Mijn hobby is schilderen. De tijd zit inderdaad meestal snel vrij vol en soms denk ik: nu ga ik alleen nog maar schilderen, maar de stripsamenwerkingen zijn altijd zo leuk dat ik het niet kan laten. Tussendoor probeer ik te schilderen, ik ben aan een tentoonstelling aan het werken. Ook dat is mijn dada. Auto’s schilder ik niet, wel mijn eigen demonen, wellicht als reactie op Studio 100 waar de wereld altijd fleurig en mooi is.’s Avonds werk ik meer vanuit de buik, de figuren die ik dan schilder zijn meer familie van Spilliaert of Munch dan van Samson.”
En je eigen familie, heb je daar met al die activiteiten nog tijd voor?
“Ja hoor. Die kunnen zich goed bezig houden, met tekenen bijvoorbeeld. Het zit wel wat in de familie, mijn grootvader schilderde, mijn vader tekent en mijn jongste zoon heeft nu al een eigen stijl, heel expressionistisch. Als ik vijftig kindertekeningen zie, kan ik de zijne er al uit halen. Hij wil ook nooit stoppen. Als we ergens heen gaan en hij is bezig, dan wordt hij helemaal wild. Je kan tenslotte niet vertrekken als je midden in een tekening zit. Dat ben ik eigenlijk wel met hem eens.”






RSS onderwerpen
