Blog
DE ONTDEKKING VAN EUROPA
De kennismaking gebeurde op de trappen. Eerst dacht ik dat het een oude man was die naast me de trappen ophuppelde. Nou, oude man, een fitte zestiger. Een academicus, wellicht. Niet al te groot, net in het grijze pak, priemende blik, doordringende after shave. Pas toen ik grondig keek, merkte ik dat, achteraan in het weinige haar dat hij nog had, een sierlijke figuur geknipt was. Een signaal waarmee hij te kennen gaf dat hij dan wel geen twintig meer was, maar niet gespeend was van een drang naar hippe esthetiek. Een nog grondiger blik leerde dat de handen van de man niet alleen vol zaten met tal van ringen, maar ook met Hebreeuws aandoende, sobere blauwe tatoeages, één op elke vinger. De hele plechtigheid lang fezelde hij en strooide enthousiast humor, aforismen en wetenswaardigheden in het rond, en het eindigde met een erg vriendelijke uitnodiging om zowel hem, het litteken van zijn operatie, zijn overige tatoeages als zijn stad nader te komen bekijken. Het was mijn eerste keer op het Paleis, de eerste keer in de zaal waar ook de auteur van ‘De ontdekking van de Hemel’ al in de prijzen gevallen was, duidelijk een boeiende plek voor ontmoetingen allerhande, al moet ik mijn agenda er nog op naslaan om te kijken of en wanneer die ontmoetingen een vervolg kunnen krijgen. Vooraan hield de Koning aan een tempo dat ik volgen kon een ongemeen boeiende toespraak, die suggereerde dat hij wel eens een boek van de laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren Cees Nooteboom gelezen had, een man die in boeiende boeken grote delen van Europa ontsloten heeft voor een breed lezerspubliek. Desalniettemin noemde de Vlaamse minister-president Kris Peeters hem een Kees, wat weinig respectvol is, terwijl ook hij anders toch lovende woorden sprak over de auteur. We zeggen niet langer ‘neger’ tegen de zwarte medemens, dan hoeven we ook onze Noorderburen niet als ‘Kees’ of ‘Kaaskop’ te betitelen. Cees was sowieso duidelijk blij. Afgelopen week bij de Koning, afgelopen weekend samen met acteur Terence Hill (die u nog kent als Don Camillo) en andere kunstenaars bij de Paus, het zijn drukke tijden voor de minzame zeventiger. Er zaten veel woordenleveranciers en literatoren in de zaal. Mensen van veel mooie woorden, zoals de juryvoorzitter van de AKO en de kersverse winnaar van die prijs, maar ook mensen van weinig haar en weinig woorden, zoals de auteur van frequent in diverse dagbladen gepubliceerde haiku’s, een man die kortelings daarna, een dag later om precies te zijn, ook zelf in de prijzen zou vallen. Aandachtig volgden diens priemende ogen de toespraken over het door Nooteboom zo prachtig beschreven Europa, werelddeel waarvan hij nauwelijks een dag later president zou worden. Een man die, zoals hij ook meteen aankondigde in zijn eerste speech, open staat voor veel meningen, want als de anderen praten, hoeft hij tenminste niks te zeggen, een kwaliteit die hem in zijn nieuwe functie erg vaak van pas zal komen, meer zelfs, waaraan hij zijn verkiezing wellicht te danken heeft. Zwijgen is een talent, en als hij in die nieuwe functie voldoende weet te zwijgen, rest er tijd om te schrijven en kunnen ’s mans lezers binnenkort wellicht de publicatie van een derde dagboek tegemoet zien. In het eigen werk van deze Augustinus, deze Leonard Nolens van de 21e eeuw gaat het niet zozeer om reizen in Europa, maar vaker om de reis in de diepte, de reis naar de binnenkant, het met een rustige vastheid graven in de ziel. De impact van de literatuur wordt al te vaak onderschat. Want niemand kan ontkennen dat de scheppende kracht van deze auteur, dat het ontsluiten van zichzelf door het plegen van haiku’s, de doorslag gegeven heeft bij zijn verkiezing tot president van Europa. Wil Balkenende kans maken op een Europees postje, dan kan hij maar beter de spelregels van de limerick beginnen instuderen. En zo is gelukt wat media, politici en de enthousiasmerende professor en Arnon Grunberg-lookalike Hendrik Vos al jaren tevergeefs probeerden te bewerkstelligen: de publieke opinie heeft eindelijk aandacht voor wat er gebeurt en gaat gebeuren in Europa. Fier en af en toe ook gedwongen wegkijkend van het eigen land zullen we kijken of en wat Haiku Herman maakt van Europa, terwijl onze Europese medeburgers kennis zullen nemen van pocketedities van het werk van deze fitte zestiger, nu wellicht snel verkrijgbaar in alle talen in alle luchthavenboekhandels van het continent.
Kandidaten
De trein is vertrokken, en zal ongetwijfeld enkele boeiende stations aandoen. Altijd een beetje reizen.
schrijven is schrappen
In een recent interview met Humo was de oorspronkelijke tekst:
'voor facebook heb ik geen tijd. Ik blog al om de twee weken, dat is voldoende narcisme'.
dat werd
'voor facebook heb ik geen tijd'.
dat is een pak arroganter. ik overweeg dus om alsnog te beginnen facebooken.
Dans voor het klimaat.
OUDE KOE
‘Wat Erwin Mortier vindt, interesseert me geen reet’. Literaire woorden zijn het niet, die u hier leest, en nochtans zijn ze van iemand die ook romans schrijft. Erwin Mortier, dat is een naam die u wellicht eerder associeert met stijl, met subtiliteit, met poëzie, met intimistische, melancholische schetsen van vervlogen tijden. De woorden zijn dan ook van iemand die zich meer ophoudt in de wereld van het nu, van de rock ’n roll, van het snelle en flitsende. Het is de manier waarop Leon Verdonschot, niet toevallig de Nederlandse presentator van ‘Iets met Boeken’ meent promotie te moeten voeren voor dat literaire televisieprogramma.
Hij haalt hiermee een oude koe uit de gracht. Vorig jaar was er het eerste seizoen van ‘Iets met Boeken’. Iedereen blij, natuurlijk, een literair programma, tof! Want in de herfst –een miezerig, regenachtig en winderig en dus zeer geschikt seizoen om iets met literatuur te doen- was er al wel Het Andere Boek, de boekenbeurs, het literaire festival de Nachten en de uitreiking van enkele literaire prijzen, zoals de AKO-literatuurprijs, maar op televisie gebeurde er nog niet gek veel met literatuur. Binnen de gangen van de openbare omroep gonsde het dan ook van enthousiasme, ook bij het programma Ter Zake die drie schrijvers uitnodigde om samen gezellig te kijken naar het nieuwe literatuuruur. Het werd een meesterlijk stuk televisie waarin een trio, voorgezeten door de in een mooie débardeur geklede Erwin Mortier, het kersverse literaire uurtje puntig samenvatte als zijnde ‘een zoutloos, angstig programmaatje’.Het lijkt wel alsof Leon Verdonschot het niet leuk vond dat Erwin Mortier de tijd nam om kennis te nemen van zijn programma, en dus komt hij daar een jaar na datum nog eens op terug. Dat is niet alleen een beetje rancuneus, met die ene zin beëindigt Leon Verdonschot een jarenlange traditie. Presentatoren van cultuurprogramma’s in Vlaanderen beledigen namelijk nooit auteurs, die zijn altijd geïnteresseerd in wat auteurs vinden. Kurt Van Eeghem, Gui Polspoel, Johan Thielemans, Marc Reynebeau, Rick De Leeuw, Nic Balthasar, allemaal presenteerden ze ooit cultuurprogramma’s op de openbare omroep, allemaal waren ze altijd enthousiast en geïnteresseerd in wat auteurs vonden. Daar zijn twee hele goede redenen voor. Een eerste is het diepgewortelde besef dat de literatuur zo broos en kwetsbaar is, dat de liefhebbers en plegers ervan één front moeten vormen en dus moeten enthousiasmeren eerder dan vechtend over de grond te rollen. Een tweede reden is het besef dat je, als je een boekenprogramma wil maken in dit taalgebied, je maar beter alle auteurs te vriend kan houden, want zo gek veel auteurs die interessante televisie kunnen opleveren zijn er nu ook weer niet. Bovendien is het taalgebied zo klein dat je mekaar de hele tijd tegen het lijf loopt. Op de Nachten, op de boekenbeurs, op de uitreiking van literaire prijzen allerhande. Daarom is het onder Vlaamse auteurs gebruikelijk mekaars boeken niet te lezen, dat voorkomt eerlijke uitlatingen over de kwaliteit van mekaars werk en maakt de eerder genoemde gelegenheden een pak gezelliger. Christelijke deugden als vergevingsgezindheid en hypocrisie zijn de wereld niet uit, en zeker de Vlaamse literaire wereld niet. Gelukkig maar. Morgen staat de uitreiking van de AKO-literatuurprijs op het programma en het belooft gezellig en leuk te worden. De jury bestaat merkwaardig genoeg uit wel zes mannen en maar één vrouw en naar alle waarschijnlijkheid wint Mortier met ‘Godenslaap’, ook al omdat de broer van Guy Verhofstadt, Dirk Verhofstadt, iedereen die niet lyrisch is over ‘Godenslaap’ uitkrijt voor ‘barbaar’ en dat is niet gezellig met de nakende kerst in het vooruitzicht.
Eerder vroeg dan laat, wellicht rond diezelfde kerst, zal auteur-presentator Leon Verdonschot dan ook zijn harde woorden over de reet en Erwin Mortier moeten inslikken en bellen naar de man die inmiddels al 50.000 exemplaren van ‘Godenslaap’ verkocht met de woorden: ‘Nu zyt wellekome’.
Ontmaagding
Zonet voor het eerst gesigneerd op de boekenbeurs.
Een ontmaagding. De eerste keer doet een beetje pijn.
Twee uur vriendelijk gelachen.
Drie exemplaren verkocht.
aan een vriendelijke vrouw die het al had en nu voor een vriendin kocht
aan de auteur links van mij
aan een vriend die het nog eens kocht
vriendelijke opdrachten geschreven
donderdag ga ik weer
Is there any chance they are related?


Natuurlijk heeft hun gedachtengoed geen uitstaans met elkaar, maar enige fysieke gelijkenis kan je de heren niet ontzeggen.
annex
volgens lezer Jan Braet is Demjanjuk geen nazikopstuk, maar een kleine garnaal.
waarvan akte.
het betreft hier een heel weinig voorkomend type kleine garnaal, mede verantwoordelijk gesteld voor de dood van duizenden mensen.
Tachtig
Gelukkig is er een tegenbeweging en is er nu een groep die de slogan herdefinieert. De Tachtigers. Niet die dichtersgroepering van eind Negentiende eeuw, neen, de tachtigers van vandaag. Zij eisen hun plaats op en tonen aan dat niet het decennium, maar de leeftijd tachtig prachtig is. Heeft u hem ook gezien, Toots Thielemans op de Night of The Proms? Natuurlijk zijn die Proms ontstaan in de gruwelijke jaren tachtig. Het is een night die je wenst te vergeten, maar je blijft achtervolgen. Tot daar plots Toots Thielemans staat. Met zijn mondmuziekje. 87 jaar. Dàt is prachtig.
Mannen van tachtig zijn prachtig. Zij begaan niet de fout om één decennium tot een prachtig decennium uit te roepen, zij maken zich niet druk over de kleine lijnen in hun voorhoofd, overschouwen de grote lijnen uit de geschiedenis. Marc Sleen bijvoorbeeld. Wat een man. Wat een hoofd. Wat een leven. Of Jos Ghysen, tot op de dag van vandaag dapper bloggend, berichten die niet langer zijn dan een Twitterbericht. ‘Stel dat ge een eendagsvlieg zijt en ge wordt wakker met de gedachte : “Ik weet niet wat ik heb maar vandaag is het mijne beste dag niet.” Of, ook geestig: ‘Van mensen die nooit iets geven, daar krijg ik iets van.’ Mulisch, nog zo’n voorbeeld van iemand die met tachtig op zijn best is, hij stopte immers met schrijven en kijkt glimlachend naar het dagelijks gewoel.
Of de voltallige cast van het Canvasprogramma ‘Meneer Doktoor’. Wijze mannen die herinneringen ophalen en ons jonkies uitleggen hoe alles vroeger in mekaar zat en hoe het zover is kunnen komen. Aristoteles schreef het al in zijn Retorica. Ouderen leven meer bij herinnering dan bij hoop, want wat hun nog van het leven rest is kort en wat voorbij is lang, en hoop heeft betrekking op wat nog komen gaat, herinnering op wat geweest is. Dit verklaart ook hun praatziekte. Ze houden niet op het over het verleden te hebben, doordat ze er genoegen in scheppen herinneringen op te halen. Daarom is tachtig prachtig. En daarom is het uitkijken naar het nakende laatste nazikopstukproces, dat van van de 89-jarige Demjanjuk in Duitsland. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig begon een ketting van procedureslagen, identiteitsverwisselingen, een terdoodveroordeling en een vrijspraak, maar nu staat de kampbewaker uit het Poolse vernietigingskamp Sobibor dan toch eindelijk terecht. Bij vorige processen herinnerde hij zich vooral hoe zeer hij zelf het slachtoffer was, maar hopelijk is hij nu praatziek en oprecht over zijn werkelijke herinneringen aan de niet zo prachtige jaren veertig van de vorige eeuw. Zodat hij decennialang achter de tralies kan.
Dooreman
Dooreman Er zijn veel dingen waar ik mee worstel. God is een van die dingen, en Gert Dooreman een ander. En, ook iets om mee te worstelen, is het verband tussen beiden. Eigenlijk, als je erover nadenkt, is Gert Dooreman één van de meest overtuigende argumenten om het bestaan van een God te ontkennen. Want een beetje God is rechtvaardig, mag je veronderstellen, en verdeelt de talenten onder de mensen toch iet of wat evenwaardig. Aan de wieg van Gert Dooreman is Hij of Zij duidelijk iets langer blijven stilstaan en morsig geweest met de talenten. Ik heb een tekening meegebracht waarin enkele talenten van Gert samenkomen. Het is niet zijn allerbeste werk, meer zelfs, het is een niet afgewerkte tekening, een potloodschets, maar je ziet een zeldzaam goede tekenaar aan het werk. De tekst is van David Bowie, op meer dan één manier een inspiratiebron voor Dooreman, die, het zal u niet verbazen, ook een uitstekend muzikant is. De tekst luidt: ‘I’ve never done good things, I’ve never done bad things, I never did anything out of the blue’. Dat laatste zinnetje vind ik op een of andere manier goed passen bij Gert. Want als je de vele talenten opsomt die Dooreman heeft: het maken van tekeningen, het spelen van muziek, het vormgeven van boeken en het veroveren van vrouwen, uit alles spreekt zijn beheersing, zijn kennis van de materie, zijn gevoel voor ambacht én esthetica. Nemen we deze tekening, die ik, bewonderaar, in 1994 uit de vuilnisbak van gert mocht meegrissen. Er spreekt bewondering uit voor Bowie, dat is het thema, een impressie bij diens song ‘Ashes to Ashes’. Het is geen snel getekend stripfiguurtje, neen, het gezichtje zelf doet ook denken aan Bowie, er zit tragiek in de ogen, waarvan het ene duidelijk wat groter en wat lichter is dan het andere. Dit is geen droedel, zelfs rond de potloodschets staat een strak getekend kader. De letters, die alsmaar belangrijker zouden worden bij Gert, zijn niet slordig neergezet, maar gecontroleerd, beheerst, net zoals de handtekening: er is allemaal over nagedacht. Deze tekening neemt al jaren een centrale plaats in in mijn bureau. Hij heeft er de plaats ingenomen van een kruisbeeldje dat er eerst hing, maar een mens moet zijn rolmodellen weten te kiezen. En voor mij is het duidelijk: als Dooreman bestaat, dan God niet. Of God is een liberaal, die van een grote ongelijkheid aan talenten geen punt maakt. Ik weet niet welke van beiden het moeilijkst is om te aanvaarden.






RSS onderwerpen