tekening randall
De VOF Moed en Vermaak levert journalistieke en creatieve teksten. Voorheen De Graeve & Dochters.

Blog

(Updated 26-10-2009)

Tachtig

Tachtig was prachtig. De slogan slaat op de jaren tachtig, wordt te pas en te onpas van stal gehaald, en ik begrijp hem niet. Ik heb de periode actief meegemaakt en vond de jaren tachtig niet prachtig. Ik gruw van het plastic sfeertje van die jaren. De muziek was zo goed als altijd afschuwelijk. Monchichi’s waren en zijn niet schattig, het is plastic spul om van te spugen. Rubikkubussen had je na drie keer stuk gooien en terug in mekaar puzzelen echt wel gehad. En een persoonlijk archief bijhouden mag dan al aanbevelenswaardig zijn, iedereen doet er goed aan om de foto’s uit de jaren tachtig eruit te halen, want die van gel doordrenkte kapsels vol pieken zijn ronduit beschamend. Zelfs Freddie Mercury was beter in de jaren zeventig. Het heizeldrama, Tsjernobyl, de Bende van Nijvel, het getuigt van wel zeer slechte smaak om dat nu allemaal samen te vatten in het adjectief ‘prachtig’. Wellicht is het de aard van het dier mens om de jaren waarin hij tot volwassenheid komt later als mooi te gaan zien. De nostalgie die dertigers en veertigers zo in zijn ban heeft, is ongetwijfeld perfect biologisch verklaarbaar, maar daarom niet makkelijker te verdragen.

Gelukkig is er een tegenbeweging en is er nu een groep die de slogan herdefinieert. De Tachtigers. Niet die dichtersgroepering van eind Negentiende eeuw, neen, de tachtigers van vandaag. Zij eisen hun plaats op en tonen aan dat niet het decennium, maar de leeftijd tachtig prachtig is. Heeft u hem ook gezien, Toots Thielemans op de Night of The Proms? Natuurlijk zijn die Proms ontstaan in de gruwelijke jaren tachtig. Het is een night die je wenst te vergeten, maar je blijft achtervolgen. Tot daar plots Toots Thielemans staat. Met zijn mondmuziekje. 87 jaar. Dàt is prachtig.

Mannen van tachtig zijn prachtig. Zij begaan niet de fout om één decennium tot een prachtig decennium uit te roepen, zij maken zich niet druk over de kleine lijnen in hun voorhoofd, overschouwen de grote lijnen uit de geschiedenis. Marc Sleen bijvoorbeeld. Wat een man. Wat een hoofd. Wat een leven. Of Jos Ghysen, tot op de dag van vandaag dapper bloggend, berichten die niet langer zijn dan een Twitterbericht. ‘Stel dat ge een eendagsvlieg zijt en ge wordt wakker met de gedachte : “Ik weet niet wat ik heb maar vandaag is het mijne beste dag niet.” Of, ook geestig: ‘Van mensen die nooit iets geven, daar krijg ik iets van.’ Mulisch, nog zo’n voorbeeld van iemand die met tachtig op zijn best is, hij stopte immers met schrijven en kijkt glimlachend naar het dagelijks gewoel.

Of de voltallige cast van het Canvasprogramma ‘Meneer Doktoor’. Wijze mannen die herinneringen ophalen en ons jonkies uitleggen hoe alles vroeger in mekaar zat en hoe het zover is kunnen komen. Aristoteles schreef het al in zijn Retorica. Ouderen leven meer bij herinnering dan bij hoop, want wat hun nog van het leven rest is kort en wat voorbij is lang, en hoop heeft betrekking op wat nog komen gaat, herinnering op wat geweest is. Dit verklaart ook hun praatziekte. Ze houden niet op het over het verleden te hebben, doordat ze er genoegen in scheppen herinneringen op te halen. Daarom is tachtig prachtig. En daarom is het uitkijken naar het nakende laatste nazikopstukproces, dat van van de 89-jarige Demjanjuk in Duitsland. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig begon een ketting van procedureslagen, identiteitsverwisselingen, een terdoodveroordeling en een vrijspraak, maar nu staat de kampbewaker uit het Poolse vernietigingskamp Sobibor dan toch eindelijk terecht. Bij vorige processen herinnerde hij zich vooral hoe zeer hij zelf het slachtoffer was, maar hopelijk is hij nu praatziek en oprecht over zijn werkelijke herinneringen aan de niet zo prachtige jaren veertig van de vorige eeuw. Zodat hij decennialang achter de tralies kan.

reageer

Reacties: 0

U kan geen reacties ingeven.